Wonen

De Prijs van de Plek: woonomgeving en woningprijs

Inleiding
Naast woningkenmerken, zoals grootte en ouderdom van de woning, zijn voorkeuren van mensen voor de woonomgeving van invloed op de verkoopprijs van de woning. Het Ruimtelijk Planbureau (RPB) verkent in ‘De Prijs van de Plek’ welke aspecten van de woonomgeving voor koopwoningen belangrijk zijn. In de studie wordt bepaald welke omgevingsfactoren de meeste invloed hebben op woningprijzen.

Probleemstelling

Hoe bepaalt de woonomgeving de prijs van een woning?

Beschrijving

De studie maakt onderscheid tussen woningkenmerken en omgevingsfactoren. De omgevingsfactoren worden onderverdeeld in fysieke, sociale en functionele omgevingsfactoren. Wat de verschillende aspecten van de woonomgeving betekenen voor de prijs van een woning, is onderzocht aan de hand van een woningverkopen uit de periode 1998-2003.

Conclusies

  • Naast woningkenmerken, zoals grootte en ouderdom van de woning, heeft de kwaliteit van de woonomgeving een belangrijke invloed op de prijs van koopwoningen. Vooral in de stad, maar ook op het platteland, bepaalt de woonomgeving voor meer dan de helft de prijs.
  • De sociale kenmerken van een wijk zijn de belangrijkste criteria voor de omgevingsfactoren. De huizenprijs in een stad daalt, zodra een buurt een lage sociale status krijgt.
  • De bereikbaarheid van werk en de nabijheid van een snelweg zijn van groot belang voor de prijs van een woning.
  • Fysieke kenmerken als open ruimte of aanwezigheid van groen en water spelen een minder belangrijke rol. De aanwezigheid van (recreatief) groen in de woonomgeving wordt wel gewaardeerd en de aanwezigheid van bedrijventerreinen drukt de woningprijzen.
  • Bij het ontwerp van nieuwe buurten en bij de herstructurering van bestaande moet meer rekening worden gehouden met de voorkeuren van burgers voor de directe woonomgeving.

Woningbehoefte-onderzoek

Inleiding

Wonen doen we allemaal. De kwaliteit en de beleving van de woonsituatie is een van de belangrijkste elementen van ons dagelijks leven. Het Ministerie van VROM brengt daarom regelmatig in beeld hoe we in Nederland wonen, en wellicht nog belangrijker; hoe we willen wonen. In 2002 is daarom een nieuwe editie van het WoningBehoefte Onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt al sinds de zestiger jaren om de vier jaar gehouden.

Probleemstelling

Hoe is Nederland gehuisvest, wie verhuist er en wie wil er verhuizen?

Beschrijving

Het Woningbehoefte Onderzoek 2002 (WBO 2002) is een uitgebreid onderzoek met een steekproef van 75.000 ondervraagden naar de woonsituatie, woning en woonomgeving van de Nederlanders van 18 jaar en ouder. Het wordt eens in de vier jaar gehouden.

Conclusies

  • Ongeveer 85% van de bewoners zegt tevreden tot zeer tevreden te zijn met de eigen woonomgeving. Het minst tevreden zijn de inwoners van de vier grote steden en van het woonmilieutype ‘buiten-centrum’.
  • De krapte op de woonmarkt uit zich onder meer in een hoger woningtekort, in een gedaald aantal verhuizingen en in een lager aantal huishoudens met verhuisplannen, met name in de leeftijdsklasse 25 tot 35 jaar. Ook blijkt dat de vraag naar duurdere of liever betere huurwoningen momenteel ruim twee keer zo groot is als het aanbod.
  • Degenen die recent een huis kochten, zijn relatief welgesteld en hebben zich fors in de schulden gestoken.
  • Als gekeken wordt naar de 56 aandachtswijken van de stedelijke vernieuwing blijkt de tevredenheid met de woonomgeving beduidend minder te zijn dan in de andere delen van deze steden.
  • Landelijk gezien is 43% van de bewoners bereid zich actief in te zetten om de eigen buurt te verbeteren. Deze bereidheid is in de stedelijke milieus lager dan daarbuiten en is onder mensen die denken dat de buurt in de lift zit hoger dan mensen die denken dat de buurt achteruitgaat.
Scroll Up