Tijd

Werkt verlof? Het gebruik van regelingen voor verlof en aanpassing van de arbeidsduur

Probleemstelling
In hoeverre maken werknemers daadwerkelijk gebruik van verlofregelingen en aanpassingen van de arbeidsduur?

Beschrijving

Sinds 1 december 2001 is de Wet arbeid en zorg van kracht. Deze wet biedt diverse verlofregelingen en aanpassingen van de arbeidsduur die het combineren van arbeid en zorg vergemakkelijken. In ´Werkt verlof?´ wordt gekeken naar de behoefte aan en het gebruik van deze verlofregelingen.

Conclusies

· Uit het onderzoek blijkt dat werknemers slechts spaarzaam gebruik maken van de bijzondere verlofregelingen.
· Drie van de tien werknemers heeft in de periode 2001-2002 tenminste één keer verlof opgenomen in verband met een onverwachte situatie zoals een ziek kind of het overlijden van een familielid.
· Bij onverwachte situaties wordt in de helft van de gevallen gewoon een vrije dag opgenomen. Van het recht op calamiteitenverlof, dat juist voor dergelijke situaties is bedoeld, wordt slechts in 5% van de gevallen daadwerkelijk gebruik gemaakt.
· Bij een bevalling neemt 90% van de mannelijke werknemers een vorm van verlof op. In meer dan de helft van de gevallen gaat het dan niet of niet alleen om kraamverlof maar om vakantie- en advdagen.
· Het merendeel van de werknemers heeft geen behoefte aan mogelijkheden voor verlofsparen en loopbaanonderbreking. De belangrijkste reden hiervoor is het inkomensverlies.
· Van de werknemers die bij onverwachte situaties of kortdurende ziekte van een naaste wel behoefte hebben aan verlof maar dit niet opnemen geeft circa 40% als reden dat ‘het werk dit niet toeliet’.
· Het merendeel van de werknemers vindt de duur van het calamiteiten- en zorgverlof voldoende. Van de werknemers die een langdurig zieke of stervende verzorgden geeft echter ruim een derde aan dat de mogelijkheden voor verlof tekort schieten.

Taakcombineren in de transportsector, Utrecht


Inleiding

Het ontwikkelen van instrumenten voor arbeidstijdenmanagement en op zorg aangepaste werktijden in de transportsector.

Aanpak

De transportsector is een vrij traditionele sector waarin arbeidstijdenmanagement niet of nauwelijks voorkomt. Functies kennen moeilijk te flexibiliseren of te fixeren werktijden. Mannen en vrouwen kennen hierdoor problemen met tijd. Als gevolg hiervan werken er in verhouding weinig vrouwen in deze branche.
Het project Taakcombineren in de transportsector experimenteerde met creatief arbeidstijdenmanagement bij een transportonderneming in het beroepsgoederenvervoer, een verlader en een logistiek dienstverlener. Uitgangspunt zijn de tijdproblemen van de twee grootste beroepsgroepen, planners en chauffeurs. Steeds meer vrouwen willen in deze beroepen instromen, mits zij hun werk met zorgtaken kunnen combineren.
Arbeidstijdenmanagement en op zorg aangepaste werktijden in de transportsector wordt mogelijk door:
· Flexibiliseren van werk door werkoverdracht tussen planners.
· Fixeren van werk door roosterafspraken voor chauffeurs.
Voor het realiseren van deze doelen is het ontwikkelen van verscheidene instrumenten nodig, bijvoorbeeld: een structureringsmethodiek voor complexe werkprocessen, een systeem voor kennismanagement, een checklist voor nieuwe roostervarianten en een checklist voor het invoeren van tijd-/plaatscombinaties.
Resultaten
  • Een structureringsmethodiek voor het structureren van complexe werkprocessen;
  • Een kennismanagementsysteem voor het overdraagbaar maken van werkzaamheden;
  • Een begeleidings- en scholingsmethodiek voor planners genaamd ‘Efficiënt kennismanagement planning’;
  • Contracten met flexibele werktijden voor planners;
  • Checklist voor nieuwe roostervarianten;
  • Checklist voor het invoeren van tijd-/plaatscombinaties;
  • Methodiek voor het fixeren van werktijden;
  • Contracten met gefixeerde werktijden;
  • Taakcombinerende planners en chauffeurs;
  • Geschoolde managers, planners en een personeelsmanager.
Samenwerkingspartners

Inleiding

Deze publicatie biedt een overzicht van de beschikbare statistische informatie over ontwikkelingen in de tijdsordening in Nederland en de mogelijkheden om op basis daarvan te komen tot een monitor tijdsordening.
Probleemstelling

Welke informatie is beschikbaar over ‘tijdsordening’?

Beschrijving

De publicatie is verzorgd door Projectbureau Dagindeling van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Exemplaren kunnen gratis worden besteld bij Projectbureau Dagindeling.

Conclusies

Tijdsordening verwijst naar de onderlinge samenhang tussen timing en duur van sociale praktijken, en de specifieke tijdscultuur waarin deze zijn ingebed. Collectieve ritmes faciliteren niet alleen sociale interactie, ze zijn ook verantwoordelijk voor congestievorming, voor onderbenutting van infrastructuur, voor (saaie) gewoontevorming en voor het gevoel of de beleving weinig invloed te hebben op de eigen tijdsindeling.
De feitelijke indeling van de tijd, de chronologie, blijkt redelijk resistent tegen verandering. De meeste mensen staan nog altijd rond 7.00 uur op, gaan naar werk of naar school, lunchen tussen 12.00 en 13.00 uur, dineren tegen de klok van 18.00 uur, kijken ’s avonds wat televisie en gaan tegen 23.00 uur naar bed.
Als gevolg van het ontbreken van een duidelijke regie heeft het tijdsonderzoek zich maar matig ontwikkeld. Het onderzoek is versnipperd, vindt veelal op ad hoc-basis plaats, en overstijgt in de regel niet het niveau van de betreffende sector.

Working Fathers, Caring Men


Probleemstelling

Hoe is de verdeling van zorgtaken tussen mannen en vrouwen te verbeteren, zodat vrouwen meer kunnen gaan werken?

Beschrijving

Onderzoek naar de verandering in taakverdeling thuis tussen mannen en vrouwen, uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut. Het onderzoek maakt deel uit van de overheidscampagne `Wie doet wat.nl.´
De netto participatie van vrouwen is toegenomen van 30 procent in 1980 tot 54 procent in 2002. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft als doel dat dit percentage in 2010 65 procent is. Als vrouwen meer werken, hebben zij minder tijd voor zorgtaken. Mannen besteden echter minder tijd aan huishoudelijke taken dan vrouwen. Nieuwe inzichten en mogelijkheden kunnen helpen om deze verdeling eerlijker te maken. Er is onder andere onderzocht welke taken mannen wel en niet verrichten, en welke factoren verandering stimuleren. De onderzoekers hebben zich gebaseerd op Europese cijfers en praktijken met betrekking tot verlofregelingen, kinderopvang en belastingsystemen.

Conclusies

· Verandering van de situatie dat vrouwen meer zorgtaken verrichten dan mannen is mogelijk.
· Drie typen condities, op macro-, meso- en microniveau, beïnvloeden de bestaande taakverdeling.
· De macrocondities hebben betrekking op tijd (flexibele werktijden en verlofregelingen), geld (belastingsystemen) en voorzieningen (voorzieningen voor kinderopvang).
· Mannen hebben een duidelijke voorkeur voor bepaalde huishoudelijk taken, zoals boodschappen doen en koken, en een voorkeur voor kindzorgtaken boven huishoudelijk taken.
· Zichtbaarheid van een taak en een grotere tolerantie ten aanzien van het mogen maken van fouten, zijn belangrijke factoren die maken dat mannen huishoudelijk taken gaan uitvoeren.
· De opinies van mannen blijken rekbaar te zijn als mannen door veranderde omstandigheden bepaalde taken wel moeten doen.
· Welhaast alle betrokkenen vinden dat de overheid zich moet bemoeien met de taakverdeling van mannen en vrouwen.
· Voor een eerlijker verdeling van alle arbeid- en zorgtaken blijken goede nationale regelingen voor kinderopvang, ouderschapsverlof, levensloopregelingen, het recht op parttime werk et cetera van belang.
· De politiek moet daarnaast ook op micro- en mesoniveau voorwaarden scheppen, bijvoorbeeld door communicatiecampagnes of door het ontwikkelen van lokale initiatieven.

Bron

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – Directie Coördinatie Emancipatiebeleid
Scroll Up